Afdrukken

Wiebe is geboren op 3 januari 1936 en is dus net 81 jaar geworden. Zijn wieg stond in Friesland in Bantega, een dorpje dicht in de buurt van Lemmer. Toen hij 12 jaar was verhuisde het gezin met nog 3 jongere zussen naar Zuid Limburg. Wiebe ging in Brunssum naar de HTS. 
Jaren later kwam Annie Voltman uit Bredevoort naar Brunssum om als juffrouw  te gaan werken op de lagere school waar Wiebe zijn vader hoofd was. Ze leerden elkaar in het uitgaansleven van Brunssum kennen.

Na circa 10 jaar in Limburg gewoond te hebben, vertrokken ze naar Bredevoort, trouwden in 1962 en gingen wonen op Markt no 5. Ze kregen 2 zonen, de jongens zijn nu 48 en 50 jaar oud. De zoons hebben helemaal niks met paarden. Wiebe en Annie zijn de trotse grootouders van 4 kleinkinderen.

In zijn werkzame leven was Wiebe onder-nemer, eigenaar en directeur van Voltman Installatietechniek. Later is Voltman samen-gegaan met Klein Poelhuis te  Winterswijk.

 

De liefhebberij voor het aangespannen paard begon in de jaren 70/75 met het kopen van een New Forrest hengstpony van Henk te Winkel. Wiebe werd lid van de fokkersclub en deed ook mee aan hengstenkeuringen. Daar zei men:  “het is een mooi paardje, maar ik zou hem laten castreren”. Dat liet hij niet doen, wel verkocht hij het paard na een tijdje.
Circa 2 jaar later kreeg hij een ansichtkaart met daarop een foto van “zijn” New Forrest hengst met notabene het opschrift: staat ter dekking !  En dan ook nog bij een hengsten-houder in de buurt.

Via zijn zuster in Friesland heeft Wiebe een 16-jarige Fries gekocht. Hiermee werd de hobby van het mennen groot: 2- 3- en 4 span reed hij, kreeg hij de smaak te pakken, zoals hijzelf zegt.

 

Samen met Hogendijk – gymleraar van de Huishoudschool en  de LTS – reed hij vele uren rond op een koets van het Aaltens museum, een soort kerkbrik. Zonder Annie overigens, want ze rijdt nooit mee, “maor kump wal kiek’n”!

Wiebe kocht en verkocht Friese veulens en paarden. Nu heeft hij er twee, maar wil er nog 1 bij als reserve.

Wiebe is al vanaf het allereerste begin van de oprichting  (11-02-1978 ) lid van de Koetsiers, net als o.a. Stroet, ter Haar, Smits, Rougoor en Veldhuis.  Aan wedstrijden deden ze eigenlijk nooit mee, op een enkele dressuurproef na.

Eén rijtuig heeft hij al meer dan 35 jaar. Hij deed samen met Roel Veldhuis mee aan koetsentochten in Vorden en Winterswijk.


Het koetsencorso in Bocholt was prachtig, “het mooist van allemaal” volgens Wiebe.

Een arrenslee heeft Wiebe ook.


 

In 1981 kochten Wiebe en Annie het huis ’t Balke aan de Kloosterdijk, verbouwden het en  gingen er wonen. Vanwege veel spullen en paarden was er te weinig onderdak, maar een vergunning  voor een paardenstal en berging werd door de gemeente niet gegeven. Hun jongste zoon dacht dat er wel een palingkwekerij met kweekvijver mocht worden opgestart met een grote schuur/werkplaats. Een bedrijfsplan werd opgezet en een bouwtekening gemaakt, beiden werden goed gekeurd en er kon gebouwd worden. Slechts 1 keer zijn er inderdaad palingen gekweekt, het was echter geen succes… Dan toch maar berging en paardenstalling van gemaakt….

Tijdens Bredevoort Schittert deed Wiebe een paar keer mee samen met onze vereniging De Koetsiers; stapvoets voorop rijden. De paarden moesten de mensen bijna aan de kant duwen, zoveel publiek was er. Dit was te gevaarlijk en wordt nu dan ook niet meer gedaan.

De pech in al die jaren viel best mee:
met een rit in Winterswijk liep er een achterwiel af: einde van de rit!

Wiebe had ook een Friese boerenwagen. Deze zat heel goed in de grijze verf en had aan de
voorzijde een gebogen dissel. Bij de 1ste keer proefrijden met 1 Fries ervoor zat Roel op de
bok en Wiebe liep naast het paard. Na een korte rit schrok het paard of stootte zich aan

de dissel. Wiebe moest het hoofdstel loslaten en Roel sprong van de bok en in galop ging paard met wagen alleen verder! De wagen werd verdeeld over 500 meter aan de Bolwerkweg teruggevonden: een wiel, een bak, een as, de bodem, kortom alles was gebroken en stuk. 
Toen kwamen ze tot de ontdekking dat er heel veel kleine gaatjes in het hout zaten: de wagen was al opgevreten door de houtworm!  Dit was meteen het einde van de nieuwe aankoop! Wat een flinke laag grijze verf al niet verhullen kan.
Het paard liep inmiddels in de buurt van de Domme Aanleg in een wei te grazen. Die werd weer naar huis geleid en ingespannen, nu voor de marathonwagen. Dat ging wel heel goed.

Na een rit bij Jan Veldboom werd de lucht steeds donkerder: er was onweer op komst! Aan de Haartseweg, nabij het Loohuisbos, sloeg rechts in de wei de bliksem in. Wiebe kon de paarden daardoor niet meer rechts van de weg houden en reed met een wiel tegen een busje van Luiten Installatietechniek. Daarna kreeg Wiebe de paarden gelukkig weer snel onder controle.

Bijna iedere week worden de Friezen onder het zadel gereden door Gretha en Rosanne Navis. Na deze rit gaan de paarden voor de wagen voor een buitenrit.

In de weides achter het huis worden in de zomermaanden de menlessen van De Koetsiers verreden, bij voldoende deelname gebeurt dit ieder jaar. Annie en Wiebe zorgen dan altijd voor de koffie.

 

Afgelopen snertrit – 27 december--  waren Roel en Wiebe allebei met de auto bij Jan Veldboom. Ze zagen al die aanspanningen staan en besloten diezelfde middag ook aan te spannen en samen door het Klooster te rijden. Dit was heel bijzonder voor Roel, omdat het de eerste keer was na zijn ziekte vanaf het voorjaar van 2016. We hopen dat ze samen nog veel menplezier mogen beleven met de prachtige Friezen.

Wiebe, namens het bestuur van de Koetsiers Aalten-Dinxperlo bedankt voor je medewerking aan dit verhaal voor Op de bok!